ECLI:NL:HR:2019:427

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
25 maart 2019
Zaaknummer
17/03079
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in verkrachtingszaak met misbruik van positie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 april 2017 in een verkrachtingszaak. De verdachte maakte misbruik van zijn positie als huisvriend van het slachtoffer en haar moeder, en van de kwetsbare situatie van het slachtoffer die net uit een detox-opname kwam.

De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaarde omstandigheden voldoende zijn en dat het middel van cassatie geen aanleiding geeft tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt daarom verworpen zonder nadere motivering.

De uitspraak bevestigt het belang van art. 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voor cassatiezaken en onderstreept dat bewezenverklaarde feiten niet snel ter discussie worden gesteld in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor verkrachting.

Uitspraak

2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/03079
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 april 2017, nummer 23/000967-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2019.