ECLI:NL:HR:2019:43

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2019
Publicatiedatum
11 januari 2019
Zaaknummer
17/03324
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 22b SrArt. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende belang bij taakstrafveroordeling

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor diefstal. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de toepassing van het taakstrafverbod op grond van art. 22b Sr en de verwijzing naar een eerdere veroordeling die buiten de wettelijke termijn viel.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op basis van art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de verdachte onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad benadrukte dat de overweging van het hof betreffende de taakstrafverboden een onjuiste rechtsopvatting bevatte, maar dat deze overweging ten overvloede was en daarom niet tot cassatie kon leiden. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof bleef in stand.

Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van art. 80a RO en het belang van voldoende belang en gegrondheid van klachten voor behandeling in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschikte klachten.

Uitspraak

5 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/03324
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 november 2016, nummer 20/003247-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.C.A. Stallen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 februari 2019.