ECLI:NL:HR:2019:442

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
27 maart 2019
Zaaknummer
18/01927
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in zaak doodslag Roosendaal

In deze zaak stond verdachte terecht voor doodslag te Roosendaal, waarbij hij een achterbuurman doodschoot die kwam bemiddelen bij een burenruzie. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld. Verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid. De advocaten van verdachte dienden een schriftuur in, welke deel uitmaakt van het arrest. Na beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten onvoldoende belang hadden of niet tot cassatie konden leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee komt een einde aan de cassatieprocedure in deze strafzaak.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 2 april 2019, met vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

2 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/01927
CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 april 2018, nummer 20/001700-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2019.