Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 april 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake diefstal in vereniging met braak, gepleegd door de verdachte geboren in 1987. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en vertegenwoordigd door advocaten uit Almere en Amsterdam.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 april 2019. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest hof blijft in stand.