In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 september 2018, waarin een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2015, een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente zijn bevestigd.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit is omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie, en blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Het arrest is op 29 maart 2019 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.