Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 april 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over seksueel misbruik van minderjarige nichtjes. De verdachte werd door het hof veroordeeld, waarna hij in cassatie ging.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld, die onder meer betrekking hadden op de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, de afwijzing van het verzoek tot benoeming van een deskundige, de toepassing van het bewijsminimum en het 'unus testis'-beginsel, de strafmaat en de medische beperkingen van de verdachte, alsmede de bewijsvoering omtrent het daderschap in het licht van die beperkingen.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor seksueel misbruik.