Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
15 januari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De ontneming heeft betrekking op geldbedragen uit de uitvoer van LSD en XTC-pillen en witwassen.
Betrokkene heeft gesteld dat hij aanzienlijke gokwinsten heeft behaald bij Holland Casino, die van belang zijn voor de beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging verzocht het hof om historische gegevens over speelwinsten van betrokkene in de periode 2005-2010 op te vragen bij Holland Casino. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met als motivering dat er geen causaal verband zou bestaan tussen de vermeende gokwinsten en de kosten voor vaste lasten en levensonderhoud in de onderzoeksperiode.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk heeft gemotiveerd, mede gelet op de door het hof gehanteerde methode van kasopstelling waarbij een negatief verschil tussen uitgaven en ontvangsten als wederrechtelijk verkregen voordeel wordt aangemerkt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
De zaak illustreert de noodzaak van een zorgvuldige motivering bij het afwijzen van verzoeken tot bewijslevering in ontnemingszaken, zeker wanneer de verdediging aannemelijk maakt dat relevante gegevens beschikbaar zijn die het bewijs kunnen beïnvloeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting.