Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
In deze overleveringszaak heeft de opgeëiste persoon beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarin overlevering werd bevolen. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet staat tegen de uitspraak van de rechtbank geen gewoon rechtsmiddel open, behalve het beroep in cassatie in het belang der wet. Dit betekent dat de opgeëiste persoon, die zelf beroep instelde, niet-ontvankelijk is in zijn beroep. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad heeft dit oordeel gevolgd en het beroep verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De opgeëiste persoon is niet-ontvankelijk verklaard in het beroep in cassatie.