ECLI:NL:HR:2019:513

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
4 april 2019
Zaaknummer
18/03812
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 OverleveringswetArt. 456 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie in overleveringszaak

In deze overleveringszaak heeft de opgeëiste persoon beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarin overlevering werd bevolen. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet staat tegen de uitspraak van de rechtbank geen gewoon rechtsmiddel open, behalve het beroep in cassatie in het belang der wet. Dit betekent dat de opgeëiste persoon, die zelf beroep instelde, niet-ontvankelijk is in zijn beroep. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad heeft dit oordeel gevolgd en het beroep verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: De opgeëiste persoon is niet-ontvankelijk verklaard in het beroep in cassatie.

Uitspraak

9 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/03812 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2018, nummer RK 18/03955, op de vordering als bedoeld in art. 23 van Pro de Overleveringswet tot overlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft J.R.A. Röschlau, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de opgeëiste persoon in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1.
Art. 29 Overleveringswet Pro houdt, voor zover hier van belang, in:
"1. (...)
2. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open, anders dan beroep in cassatie in het belang der wet, bedoeld in artikel 456 van Pro het Wetboek van Strafvordering."
2.2.
Nu ingevolge art. 29, tweede lid, Overleveringswet tegen de bestreden uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat, moet de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beroep.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 april 2019.