Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
d.d. 23 januari 2014 (dossierpagina 29):
3.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof bewezenverklaard voor het opzettelijk telen van ongeveer 434 hennepplanten in zijn woning, het aanwezig hebben van 257 gram hennep en het illegaal afnemen van elektriciteit door verbreking ten behoeve van de hennepkwekerij.
De bewijsmiddelen bestonden uit politieprocessen-verbaal, warmtebeeldonderzoek, aangetroffen kwekerij met professionele inrichting, getuigenverklaringen en een onderzoek van Liander N.V. waaruit bleek dat de stroom illegaal werd afgetapt. Het hof verwierp het verweer van de verdachte dat een derde de kwekerij zou hebben ingericht, omdat dit niet aannemelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de bewezenverklaring niet onbegrijpelijk was. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee de veroordeling definitief bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor hennepteelt, bezit hennep en diefstal elektriciteit door verbreking.