Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 april 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij opzettelijk en wederrechtelijk was binnengedrongen in een deel van het geautomatiseerde werk van het bedrijf [B], waarbij hij beveiligingen zou hebben doorbroken met behulp van een softwareprogramma.
Het Hof Den Haag had de verdachte hiervoor veroordeeld, maar de Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring niet voldoende is onderbouwd. De enkele omstandigheid dat de verdachte met een scanprogramma kwetsbaarheden heeft onderzocht en dat sommige aanvallen werden geblokkeerd, is onvoldoende om te concluderen dat sprake was van binnendringen.
De Hoge Raad stelt dat zonder nadere motivering niet kan worden vastgesteld of de verdachte daadwerkelijk toegang heeft verkregen of dat het bij een poging is gebleven. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het Hof voor een nieuwe beoordeling.
De beslissing betreft uitsluitend het onderdeel van de tenlastelegging over het binnendringen en de strafoplegging, het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd wegens onvoldoende bewijs van binnendringen en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.