ECLI:NL:HR:2019:599

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
15 april 2019
Zaaknummer
17/04414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 225.1 SrArt. 420ter SrArt. 420bis.1.b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak valsheid in geschrift en gewoontewitwassen door belastingadviseur

De zaak betreft een belastingadviseur die jarenlang voor anderen aangiften inkomstenbelasting heeft verzorgd waarbij te hoge bedragen aan zorgkosten werden opgevoerd. Hij werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meermalen gepleegde valsheid in geschrift en gewoontewitwassen.

In cassatie stelde de verdachte onder meer dat het hof het grootschalige karakter van de valsheid in geschrift niet voldoende had gemotiveerd, mede omdat de tenlastelegging en bewezenverklaring geen nadere aanduiding van de hoeveelheid bevatten. Tevens verzocht hij om het horen van 67 personen als getuigen, wat door de Hoge Raad werd afgewezen.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

16 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/04414
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 augustus 2017, nummer 21/002373-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2019.