ECLI:NL:HR:2019:626

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
17 april 2019
Zaaknummer
17/02690
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 140.1 SrArt. 420bis.1.b SrArt. 6 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en vermindering gevangenisstraf in megazaak Peseta hypotheekfraude

In deze megazaak Peseta werd de verdachte veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen door het opstellen van valse facturen en offertes om bouwdepots leeg te trekken.

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie omdat deze geen rechtsvragen opriepen die beantwoording behoefden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden naar elf maanden en een week.

De overige onderdelen van het beroep werden verworpen en het arrest van het hof bleef in stand, behalve de strafduur die werd aangepast.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 16 april 2019.

Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van twaalf maanden naar elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

16 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02690
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 maart 2017, nummer 21/001181-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I. Appel, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en een week beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2019.