Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
16 april 2019.
Hoge Raad
In deze zaak staat een omvangrijke hypotheekfraude, bekend als de megazaak Peseta, centraal. De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van witwassen, gewoontewitwassen en valsheid in geschrift, door het opmaken van valse werkgeversverklaringen en loonafrekeningen voor hypotheekaanvragen. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van de verdachte tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking heeft op de duur van de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis. De taakstraf wordt verminderd van 240 naar 228 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 114 dagen. Het overige deel van het beroep wordt verworpen, waarmee de veroordeling in stand blijft.
Uitkomst: Vermindering taakstraf naar 228 uren en vervangende hechtenis naar 114 dagen wegens overschrijding redelijke termijn, overige veroordeling gehandhaafd.