ECLI:NL:HR:2019:628

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
17 april 2019
Zaaknummer
17/02829
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRMArt. 420bis.1.b SrArt. 420ter jo. 420bis.1.b SrArt. 225.1 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens termijnoverschrijding in megazaak Peseta hypotheekfraude

In deze zaak staat een omvangrijke hypotheekfraude, bekend als de megazaak Peseta, centraal. De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van witwassen, gewoontewitwassen en valsheid in geschrift, door het opmaken van valse werkgeversverklaringen en loonafrekeningen voor hypotheekaanvragen. De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van de verdachte tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging kunnen leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking heeft op de duur van de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis. De taakstraf wordt verminderd van 240 naar 228 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 114 dagen. Het overige deel van het beroep wordt verworpen, waarmee de veroordeling in stand blijft.

Uitkomst: Vermindering taakstraf naar 228 uren en vervangende hechtenis naar 114 dagen wegens overschrijding redelijke termijn, overige veroordeling gehandhaafd.

Uitspraak

16 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02829
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 maart 2017, nummer 21/001126-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.G. Wattilete, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2019.