ECLI:NL:HR:2019:63

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 januari 2019
Publicatiedatum
17 januari 2019
Zaaknummer
17/03989
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29f AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten na intrekking cassatieberoep omzetbelasting

De Staatssecretaris van Financiën had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch over een beschikking inzake teruggaaf van omzetbelasting over de periode van 20 juni 2013 tot en met 31 december 2013. Dit cassatieberoep werd vervolgens ingetrokken.

Belanghebbende verzocht daarop de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten die verband houden met de behandeling van het cassatieberoep. De Staatssecretaris diende een verweerschrift in.

De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en oordeelde dat belanghebbende redelijkerwijs proceskosten heeft moeten maken in verband met de behandeling van het cassatieberoep. Daarom veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Het arrest werd gewezen door raadsheer E.N. Punt als voorzitter, samen met raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019.

Uitkomst: De Staatssecretaris van Financiën is veroordeeld tot betaling van € 1.024 aan proceskosten na intrekking van het cassatieberoep.

Uitspraak

18 januari 2019
Nr. 17/03989
Arrest
gewezen op het hierna vermelde verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende).

1.Verzoek

De Staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 6 juli 2017, nr. 16/00026, betreffende een beschikking op een verzoek van belanghebbende om teruggaaf van omzetbelasting over de periode 20 juni 2013 tot en met 31 december 2013. Hij heeft dat beroep ingetrokken. Belanghebbende heeft de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad ziet, gelet op de inhoud van het procesdossier en de gegevens die door partijen op dit punt zijn verstrekt, aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep in cassatie redelijkerwijs heeft moeten maken.

3.Beslissing

De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.024 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2019.