ECLI:NL:HR:2019:661

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
17/02384
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311.1.4 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij woninginbraak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake diefstal met braak in een woning. Het hof had vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de woninginbraak, maar onvoldoende gemotiveerd bewezen verklaard dat verdachte alle delictsbestanddelen zelfstandig had vervuld. Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen, hoewel het niet uitgesloten is dat sprake was van diefstal met braak gepleegd door meerdere personen.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring onvoldoende was en dat de redelijke termijn was overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat verdachte onvoldoende belang had bij vernietiging van de bewezenverklaring, maar dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase gegrond was.

Daarom vernietigde de Hoge Raad uitsluitend de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze met vier maanden. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De strafvermindering houdt verband met het te laat aanleveren van stukken door het hof, waardoor de redelijke termijn werd overschreden.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd met vier maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep voor het overige verworpen.

Uitspraak

23 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02384
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 mei 2017, nummer 20/001185-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in de mate die de Hoge Raad gepast voorkomt en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 02-800839-15 onder 1 tenlastegelegde niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2.
Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal vermelde gronden heeft de verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak op dit punt.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van
vier maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de in de zaak met parketnummer 02-800839-15 onder 1 opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze drie maanden en drie weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2019.