ECLI:NL:HR:2019:662

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
18/01104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f lid 1 sub 4 SrArt. 273f lid 1 sub 9 SrArt. 317 lid 1 SrArt. 310 SrArt. 311 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen mensenhandel, afpersing en diefstal

De verdachte, geboren in 1990, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juli 2017 in een strafzaak waarin hij werd verdacht van medeplegen van mensenhandel, afpersing en diefstal met valse sleutels.

Namens de verdachte dienden advocaten middelen van cassatie in, waarop de Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De raadsheren van de Hoge Raad hebben het beroep beoordeeld maar oordeelden dat de middelen niet tot cassatie konden leiden.

Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, met raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, en de waarnemend griffier E. Schnetz tijdens een openbare terechtzitting op 23 april 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

23 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/01104
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juli 2017, nummer 23/000037-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en \A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2019.