ECLI:NL:HR:2019:673

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
17/03334
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:10 BWArt. 343 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens niet voldoen aan administratieplicht bij failliete rechtspersoon

De zaak betreft een bestuurder van een failliete rechtspersoon die werd vervolgd wegens het niet voldoen aan de verplichtingen omtrent het voeren van een administratie en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, zoals voorgeschreven in art. 2:10 lid 1 BW Pro en art. 343 Sr Pro (oud).

De verdachte stelde in cassatie een middel voor, maar de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van het Gerechtshof Den Haag werd daarmee bevestigd. De Hoge Raad wees het beroep af en handhaafde de veroordeling van de verdachte voor het niet voldoen aan de administratieplicht in het kader van faillissement.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het naleven van administratieve verplichtingen door bestuurders van failliete rechtspersonen en bevestigt de strafrechtelijke gevolgen bij niet-naleving.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder wordt verworpen en de veroordeling wegens niet voldoen aan de administratieplicht blijft in stand.

Uitspraak

23 april 2019
nr. S 17/03334
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juni 2017, nummer 22/001744-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Özdemir, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2019.