Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 mei 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of na drie jaar ketenregeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan en hoe werkzaamheden voorafgaand aan de afgesproken ingangsdatum juridisch moeten worden gekwalificeerd.
De zaak betrof een geschil tussen een werkgever en een werkneemster waarbij de kantonrechter en het gerechtshof eerder uitspraken hadden gedaan. De werkgever stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 februari 2018.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de klachten van de werkgever niet leiden tot cassatie. De Hoge Raad benadrukt dat op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet bijdragen aan rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep van de werkgever en veroordeelt deze in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee wordt bevestigd dat na drie jaar ketenregeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat en dat de juridische kwalificatie van werkzaamheden voorafgaand aan de ingangsdatum niet tot een ander oordeel leidt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de werkgever wordt verworpen en de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt bevestigd.