ECLI:NL:HR:2019:706

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 mei 2019
Publicatiedatum
9 mei 2019
Zaaknummer
19/01526
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen wrakingsbeslissing bestuursrecht

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 31 juli 2018 een beslissing genomen op een verzoek tot wraking. Tegen deze beslissing is beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft beoordeeld of dit beroep ontvankelijk is.

Volgens artikel 8:18, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht is tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel open. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er zijn geen gronden gevonden om af te wijken van deze regel.

De Hoge Raad heeft ook overwogen dat er geen aanleiding is om de proceskosten aan een partij op te leggen. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019 door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.

Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de wrakingsbeslissing wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

10 mei 2019
Nr. 19/01526
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z]tegen de beslissing van
het Gerechtshof Den Haagvan 31 juli 2018, nr. 000977-18, op een verzoek tot wraking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Tegen een beslissing als bedoeld in artikel 8:18, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht stelt de wet geen rechtsmiddel open. Het beroep in cassatie moet daarom niet‑ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019.