Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:720

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2019
Publicatiedatum
14 mei 2019
Zaaknummer
18/01539
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak Drentse roofmoorden met levenslange gevangenisstraf

Deze zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2018, waarin hij is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij drie moorden: de moord op een persoon in het natuurgebied Dwingelderveld en de moord op een echtpaar uit Exloo door wurging.

Verdachte stelde onder meer dat de levenslange gevangenisstraf niet verenigbaar zou zijn met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en voerde diverse andere middelen aan met betrekking tot de strafmotivering en de afwijzing van vorderingen door het hof, waaronder vorderingen van benadeelde partijen voor reiskosten en immateriële schade.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de levenslange gevangenisstraf ongewijzigd blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01539
Datum14 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 15 maart 2018, nummer 21/007057-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft R. Korver, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde 3] heeft C. Bijl, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 mei 2019.