Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 5 juli 2018, nr. 17/00239, betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 juli 2018, betreffende een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid. Uit de beoordeling blijkt dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 18 januari 2019 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat het middel niet tot cassatie kan leiden.