Uitspraak
[A]te
[Q]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 8 januari 2019, nr. 16/00928, betreffende een door
[X]te
[Z]op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de belasting van personenauto's en motorrijwielen. Het beroepschrift in cassatie voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar de indiener heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 17 mei 2019 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.