ECLI:NL:HR:2019:747

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
18/00177
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 aanhef en letter c Wet op de kansspelbelasting
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over kansspelbelasting op buitenlandse pokerspelen

Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, speelde in 2013 en 2014 online poker via buitenlandse aanbieders en betaalde hierover kansspelbelasting. Het Hof Den Haag oordeelde dat over winsten behaald bij binnen de EU gevestigde aanbieders geen kansspelbelasting verschuldigd was en dat verliezen van binnen de EU gevestigde aanbieders verrekend mochten worden met winsten van buiten de EU gevestigde aanbieders.

De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad sloot zich aan bij de motieven van een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2019:548) en oordeelde dat het oordeel van het Hof niet in stand kon blijven. Het arrest van het Hof werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 17 mei 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is gegrond verklaard en het arrest van het Hof Den Haag vernietigd.

Uitspraak

17 mei 2019
Nr. 18/00177
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 december 2017, nrs. BK-17/00451 tot en met BK‑17/00455, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 16/5276, SGR 16/7537 tot en met SGR 16/7539 en SGR 16/5277) betreffende de door
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) over de maanden januari, april, mei en juli 2013 en januari 2014 op aangifte voldane bedragen aan kansspelbelasting.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uit spraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Belanghebbende is ingezetene van Nederland en heeft in de maanden januari, april, mei en juli 2013 en januari 2014 vanuit Nederland gepokerd via websites van buitenlandse aanbieders. Van het totale – positieve – resultaat (het verschil tussen de inzetten en de gewonnen bedragen) heeft hij 29 procent aan kansspelbelasting op aangifte voldaan.
2.2.
Bij het Hof was in geschil of belanghebbende terecht en tot de juiste bedragen kansspelbelasting heeft voldaan. Het geschil spitste zich ten eerste toe op de vraag of kansspelbelasting verschuldigd is over de met de pokerspelen behaalde winsten, en ten tweede op de vraag of belanghebbende de verliezen op zijn deelname aan een deel van de pokerspelen van binnen de Europese Unie gevestigde aanbieders kan verrekenen met de opbrengsten van zijn deelname aan pokerspelen van buiten de Europese Unie gevestigde aanbieders.
2.3.1.
Het Hof heeft de eerste vraag ontkennend beantwoord. Daarbij heeft het Hof van belang geacht dat de aanbieders van de internetpokerdiensten Pokerstars.eu en Fulltilt.eu die aan spelers zoals belanghebbende zijn verleend, gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. Het Hof heeft geoordeeld dat heffing van kansspelbelasting over het positieve resultaat behaald bij deze aanbieders achterwege moet blijven.
2.3.2.
Onderdeel a van het middel keert zich tegen het hiervoor in 2.3.1 weergegeven oordeel van het Hof. Het slaagt op de grond die is vermeld in rechtsoverweging 2.3.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/00176 (ECLI:NL:HR:2019:548) tussen dezelfde partijen.
2.4.1.
Met betrekking tot het tweede geschilpunt, de vraag op welke wijze verliezen met opbrengsten verrekend dienen te worden, heeft het Hof overwogen dat voor een binnenlandse deelnemer aan een buitenlands internetkansspel de regeling in artikel 3, lid 1, aanhef en letter c, van de Wet op de kansspelbelasting betekent dat het positieve verschil tussen de binnen het desbetreffende tijdvak behaalde prijzen en gedane inzetten wordt belast. Uitgaande van die regeling en het arrest van de Hoge Raad van 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:472, waarin is beslist dat over positieve resultaten van binnen de Europese Unie gevestigde aanbieders van pokerspelen geen kansspelbelasting mag worden geheven, betekent dat voor resultaten die zijn behaald met spelen van binnen de Europese Unie gevestigde aanbieders dat positieve resultaten buiten de heffing moeten blijven en dat negatieve resultaten kunnen worden verrekend met positieve resultaten van spelen van aanbieders die niet binnen de Europese Unie zijn gevestigd, aldus het Hof.
2.4.2.
Onderdeel b van het middel bestrijdt het hiervoor in 2.4.1 weergegeven oordeel van het Hof. Het slaagt op de grond die is vermeld in rechtsoverweging 2.4.3 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/00176 (ECLI:NL:HR:2019:548) tussen dezelfde partijen.
2.5.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.3.2 en 2.4.2 is overwogen, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.