ECLI:NL:HR:2019:750

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
18/00180
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over kansspelbelasting op buitenlandse internetpokerdiensten

Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, speelde in november 2014 via buitenlandse pokerwebsites zoals Pokerstars.eu en Fulltilt.eu en betaalde 29% kansspelbelasting over zijn positieve resultaat. Het Hof Den Haag oordeelde dat geen kansspelbelasting verschuldigd was over deze winsten omdat de aanbieders gevestigd waren in een EU-lidstaat.

De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad sloot zich aan bij de overwegingen uit een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2019:548) en oordeelde dat het middel gegrond is. Het arrest van het Hof kon daarom niet in stand blijven.

De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, zonder proceskosten aan de partijen op te leggen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

17 mei 2019
Nr. 18/00180
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 december 2017, nr. BK-17/00351, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/2623) betreffende het door
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) over de maand november 2014 op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Belanghebbende is ingezetene van Nederland en heeft in de maand november 2014 vanuit Nederland gepokerd via websites van buitenlandse aanbieders, waaronder Pokerstars.eu en Fulltilt.eu. Van het totale – positieve – resultaat (het verschil tussen de inzetten en de gewonnen bedragen) heeft hij 29 procent aan kansspelbelasting op aangifte voldaan.
2.2.
Bij het Hof was in geschil of belanghebbende terecht en tot het juiste bedrag kansspelbelasting heeft voldaan. Het geschil spitste zich toe op de vraag of kansspelbelasting verschuldigd is over de met de pokerspelen behaalde winsten.
2.3.
Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daarbij heeft het Hof van belang geacht dat de aanbieders van deze internetpokerdiensten die aan spelers zoals belanghebbende zijn verleend, gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. Het Hof heeft geoordeeld dat heffing van kansspelbelasting over het positieve resultaat behaald bij deze aanbieders achterwege moet blijven.
2.4.
Voor zover het middel zich keert tegen het hiervoor in 2.3 weergegeven oordeel, slaagt het op de grond die is vermeld in rechtsoverweging 2.3.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/00176 (ECLI:NL:HR:2019:548) tussen dezelfde partijen. Het middel voor het overige behoeft geen behandeling.
2.5.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4 is overwogen, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.