Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 mei 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had op 21 augustus 2017 een arrest gewezen waarin verdachte werd veroordeeld. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
Namens verdachte diende advocaat D.R. Kops een middel van cassatie in, gericht tegen de verwerping van een Salduz-verweer met betrekking tot de verhoorsituatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.