ECLI:NL:HR:2019:770

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2019
Publicatiedatum
20 mei 2019
Zaaknummer
17/06086
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 279.1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen onttrekken minderjarige aan wettig gezag ondanks ontbreken 'wettig' in bewezenverklaring

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van het onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag. De verdediging voerde aan dat verdachte geen rechtsbijstand had gekregen en dat het hof ten onrechte had bewezenverklaard zonder het bestanddeel 'wettig' in de bewezenverklaring op te nemen.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen. De Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, mede gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het arrest bevestigt dat het ontbreken van het woord 'wettig' in de bewezenverklaring niet leidt tot vernietiging van het arrest.

Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens tot verwerping van het beroep is gevolgd. Hiermee is het arrest van het hof Den Haag van 18 december 2017 in stand gebleven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/06086
Datum21 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 december 2017, nummer 22/004923-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 mei 2019.