Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 mei 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of het tussen partijen overeengekomen bindend advies ook de vordering tot nakoming van het huurbeding voor een buitenhuis omvatte. Eiser stelde dat dit niet het geval was en stelde cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2017.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 29 januari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:152) en bevestigt dat de klachten van eiser niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding, waarbij de kosten aan de zijde van verweerder zijn begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek en Du Perron en in het openbaar uitgesproken door Du Perron.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.