Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Beslissing
28 mei 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 28 mei 2019 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 februari 2017. De verdachte was veroordeeld voor het rijden met een snorfiets onder invloed van alcohol en het rijden terwijl hem ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was opgelegd.
De verdediging had verzocht om aanhouding van de procedure omdat de verdachte verhinderd was wegens een reis naar Brussel vanwege familieomstandigheden. Dit verzoek werd door het hof afgewezen op grond van een belangenafweging waarbij het belang van een adequate en snelle afdoening zwaarder woog dan het belang van de verdachte om zijn persoonlijke situatie toe te lichten.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, werd gelet op de korte gevangenisstraf van twee weken geen rechtsgevolg verbonden aan deze overschrijding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van twee weken gevangenisstraf blijft in stand.