Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 mei 2019.
Hoge Raad
Betrokkene verbleef vrijwillig in Kliniek Vossenloo, een instelling die niet als psychiatrisch ziekenhuis geldt onder de Wet Bopz. De officier van justitie verzocht een voorlopige machtiging voor opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, waarbij een geneeskundige verklaring was toegevoegd. Deze verklaring was opgesteld door een psychiater die betrokkene had onderzocht, maar ondertekend door de eerste geneeskundige van de kliniek.
De rechtbank verleende de voorlopige machtiging, maar betrokkene stelde cassatie in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat volgens art. 5 lid 1 Wet Pro Bopz de verklaring ondertekend moet zijn door de psychiater die het onderzoek heeft verricht, tenzij het verblijf plaatsvindt in een psychiatrisch ziekenhuis, waar de geneesheer-directeur moet tekenen.
Omdat Kliniek Vossenloo geen psychiatrisch ziekenhuis is, was de ondertekening door de eerste geneeskundige niet rechtsgeldig. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.