Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 januari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte in een strafzaak over winkeldiefstallen. Het hof had de verdachte veroordeeld en een gevangenisstraf opgelegd. De verdachte stelde in cassatie dat het hof bij de strafoplegging onherroepelijke veroordelingen betrok die niet in het uittreksel van de justitiële documentatie stonden vermeld.
De Hoge Raad beoordeelde het middel en oordeelde dat het niet tot cassatie kon leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het beroep werd verworpen, waarmee de strafoplegging van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafoplegging van het hof.