Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Hoevelaken,
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 juni 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond de matiging van een boeteclausule in een koopovereenkomst van registergoed centraal. Eiseres stelde dat het hof ten onrechte de boete niet had gematigd. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Den Haag en in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen, waarbij het hof zijn oordeel bevestigde. De klachten van eiseres konden niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweersters werden begroot op €6.662,34 aan verschotten en €2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 6:94 BW Pro omtrent de matiging van boetes en benadrukt het belang van zorgvuldige beoordeling door lagere rechterlijke instanties in contractuele boetezaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.