Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 juni 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag door met een mes in de hals/nek te steken. Verdachte stelde in cassatie onder meer een beroep op noodweerexces.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte onvoldoende belang bij het beroep heeft of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 11 juni 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.