Uitspraak
[A]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 8 mei 2018, nrs. 17/00282 en 17/00283, betreffende door [X] te [Z] op aangifte voldane bedragen aan motorrijtuigenbelasting.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over motorrijtuigenbelasting. De indiener van het cassatieberoep werd door de griffier van de Hoge Raad bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief heeft de indiener het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens werd de indiener opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet tijdig betalen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 14 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.