Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:918

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2019
Publicatiedatum
12 juni 2019
Zaaknummer
18/02690
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over motorrijtuigenbelasting. De indiener van het cassatieberoep werd door de griffier van de Hoge Raad bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief heeft de indiener het griffierecht niet voldaan.

Vervolgens werd de indiener opnieuw aangeschreven met de mogelijkheid om een toelichting te geven op het niet tijdig betalen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 14 juni 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 18/02690
14 juni 2019
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 8 mei 2018, nrs. 17/00282 en 17/00283, betreffende door [X] te [Z] op aangifte voldane bedragen aan motorrijtuigenbelasting.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift in cassatie (hierna: de indiener) bij aangetekende brief van 27 juli 2018 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door de indiener opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener bij aangetekende brief van 29 augustus 2018 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. De indiener heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2019.