Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
ARREST
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1. Procesverloop
2. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
3. Beslissing
14 juni 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een geschil tussen een particulier en een bank over een overeenkomst tot vermogensbeheer. De eiseres vordert schadevergoeding wegens tekortkoming van de bank bij het beheer van haar beleggingsportefeuille, waarbij onder meer de waarschuwingsplicht en samenstelling van de portefeuille aan de orde zijn.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam en vervolgde zich via meerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam. In cassatie zijn zowel het principale beroep van de eiseres als het incidentele beroep van Rabobank behandeld. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten voor het gedingverloop en de feiten.
De Hoge Raad oordeelt dat de in de middelen aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen, evenals het incidentele beroep. De kosten van het geding worden aan beide partijen opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere instanties omtrent de aansprakelijkheid van de bank en de beoordeling van schadevergoeding bij tekortkoming in vermogensbeheer.
Uitkomst: Het cassatieberoep en het incidentele beroep worden verworpen; eerdere uitspraken worden bevestigd.