Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:932

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2019
Publicatiedatum
13 juni 2019
Zaaknummer
18/02602
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling zorgplicht bank bij executoriale verkoop bedrijfspanden

Eisers stelden dat de executoriale verkoop van hun bedrijfspanden door Rabobank onrechtmatig was en dat de bank onvoldoende rekening had gehouden met hun belangen. De zaak werd behandeld in meerdere instanties, waarbij het gerechtshof Amsterdam op 13 maart 2018 een arrest heeft gewezen.

In cassatie richtten eisers zich tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde eisers in de kosten van het geding, waarbij Rabobank verstek liet. Hiermee werd het eerdere oordeel van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de zorgplicht van de bank bij de executoriale verkoop als voldoende werd beoordeeld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/02602
Datum14 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiseres 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/541590/HA ZA 13-531 van de rechtbank Amsterdam van 2 oktober 2013, 23 juli 2014 en 29 april 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.645/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Rabobank is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
14 juni 2019.