Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:935

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2019
Publicatiedatum
13 juni 2019
Zaaknummer
19/01014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet Bopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen voorlopige machtiging bij dementie zonder psychiatrische verklaring

Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz. De zaak betreft de vraag of een geneeskundige verklaring van een specialist ouderengeneeskunde volstaat bij een diagnose dementie, dan wel dat voor mogelijke psychiatrische problematiek een verklaring van een psychiater vereist is.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 1 februari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:165), waarin is vastgesteld dat bij mogelijke psychiatrische problematiek een verklaring van een psychiater noodzakelijk is. In deze zaak is het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de advocaat van betrokkene heeft schriftelijk gereageerd op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak op 14 juni 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking inzake voorlopige machtiging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/01014
Datum14 juni 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET ZEELAND-WEST-BRABANT,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/02/353720 FA RK 19/110 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 januari 2019.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
14 juni 2019.