Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
14 juni 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz. De zaak betreft de vraag of een geneeskundige verklaring van een specialist ouderengeneeskunde volstaat bij een diagnose dementie, dan wel dat voor mogelijke psychiatrische problematiek een verklaring van een psychiater vereist is.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 1 februari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:165), waarin is vastgesteld dat bij mogelijke psychiatrische problematiek een verklaring van een psychiater noodzakelijk is. In deze zaak is het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, en de advocaat van betrokkene heeft schriftelijk gereageerd op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp en Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak op 14 juni 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking inzake voorlopige machtiging.