ECLI:NL:HR:2019:952
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2011, 2012 en 2013.
Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht, maar heeft geen controleerbare bescheiden overgelegd ter onderbouwing van zijn inkomen en vermogen. De griffier van de Hoge Raad heeft dit beroep afgewezen na ontvangst van een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand.
Ondanks meerdere aanmaningen en een termijnstelling heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan. De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld een verklaring te geven, maar de aangevoerde redenen waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.