Uitspraak
8 augustus 2017, nummer 23/000136-17, in de strafzaak
1..Geding in cassatie
2..Beoordeling van het tweede middel
3..Beoordeling van de overige middelen
4..Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5..Beslissing
18 juni 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een geldbedrag van ruim twee miljoen euro. Het hof bevestigde grotendeels het vonnis van de rechtbank, waaronder de verbeurdverklaring van diverse inbeslaggenomen elektronische apparaten en verpakkingsmaterialen die volgens het hof zijn gebruikt bij het plegen of voorbereiden van het witwassen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de genoemde voorwerpen als instrumenten van het misdrijf kunnen worden aangemerkt. Hierdoor is het oordeel onbegrijpelijk en wordt de verbeurdverklaring vernietigd. Tevens is de opgelegde gevangenisstraf verminderd van dertig naar achtentwintig maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van de verbeurdverklaring en de strafoplegging. De overige middelen van cassatie worden verworpen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring en vermindert de gevangenisstraf tot 28 maanden, waarna terugwijzing naar het hof volgt.