ECLI:NL:HR:2019:968

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2019
Publicatiedatum
14 juni 2019
Zaaknummer
17/04748
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b SrArt. 440 SvArt. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing in cassatie wegens onvoldoende motivering verbeurdverklaring en strafvermindering witwassen

In deze strafzaak is de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van witwassen van een geldbedrag van ruim twee miljoen euro. Het hof bevestigde grotendeels het vonnis van de rechtbank, waaronder de verbeurdverklaring van diverse inbeslaggenomen elektronische apparaten en verpakkingsmaterialen die volgens het hof zijn gebruikt bij het plegen of voorbereiden van het witwassen.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de genoemde voorwerpen als instrumenten van het misdrijf kunnen worden aangemerkt. Hierdoor is het oordeel onbegrijpelijk en wordt de verbeurdverklaring vernietigd. Tevens is de opgelegde gevangenisstraf verminderd van dertig naar achtentwintig maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting van de verbeurdverklaring en de strafoplegging. De overige middelen van cassatie worden verworpen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring en vermindert de gevangenisstraf tot 28 maanden, waarna terugwijzing naar het hof volgt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04748
Datum18 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van
8 augustus 2017, nummer 23/000136-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1..Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2..Beoordeling van het tweede middel

2.1
Het middel klaagt over de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voorwerpen vermeld in het dictum van het vonnis van de Rechtbank onder 1, 6, 8, 9, 10, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat hij:
“omstreeks 12 september 2016 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, een geldbedrag van in totaal EUR 2.136.030,-, voorhanden gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten, dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 8.
2.2.3
Het Hof heeft, anders dan de Rechtbank, aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd en heeft het vonnis waarvan beroep voor het overige bevestigd, waarbij het Hof kennelijk heeft beoogd de beslissing van de Rechtbank tot verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen te bevestigen. Het door het Hof in zoverre bevestigde vonnis van de Rechtbank houdt onder het opschrift ‘Beslag’ het volgende in:
“Verbeurdverklaring
De in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251646;
- 6. 1.00 STK USB-stick (memorykaart) Kingston, 5251938;
- 8. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry Curv, 5251645;
- 9. 1.00 STK Verpakkingsmateriaal, 5252116;
- 10. 1.00 STK Verpakkingsmateriaal, 5252117;
- 14. 1.00 STK Computer Thinkpad, 5251674;
- 15. 1.00 STK Zaktelefoon, 5251675;
- 16. 1.00 STK Zaktelefoon Nokia, 5251676;
- 17. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251677;
- 18. 1.00 STK Zaktelefoon Blackberry, 5251678;
- 19. 1.00 STK Zaktelefoon Nokia, 5251679.
dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het onder 1 bewezen geachte is begaan of voorbereid.”
Het in zoverre bevestigde vonnis houdt voorts onder het opschrift ‘Beslissing’ dienaangaande – kort gezegd – in dat bovengenoemde voorwerpen verbeurd worden verklaard.
2.3
In aanmerking genomen hetgeen ten laste van de verdachte is bewezenverklaard en mede gelet op hetgeen het Hof blijkens de bewijsvoering dienaangaande heeft vastgesteld, is het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde met behulp van de in het middel bedoelde voorwerpen is begaan of voorbereid, zonder nadere, doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. Het middel slaagt.

3..Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4..Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk.

5..Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de in het door het Hof in zoverre bevestigde vonnis van de Rechtbank genoemde voorwerpen, genummerd 1, 6, 8, 9, 10, 14, 15, 16, 17, 18 en 19, alsmede wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze 28 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, beloopt;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 juni 2019.