Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 juni 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van wapens en munitie in een door hem gehuurde loods. Het cassatieberoep richtte zich op motiveringsklachten omtrent de bewezenverklaring van dit bezit.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel onderzocht en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Daarbij oordeelde de Hoge Raad dat het middel geen aanleiding geeft tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens. Het beroep is verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.