ECLI:NL:HR:2019:985

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2019
Publicatiedatum
18 juni 2019
Zaaknummer
18/00388
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wet vervoer gevaarlijke stoffenArt. 1a, onder 1o Wet op de economische delictenArt. 2, lid 1 Wet op de economische delictenArt. 427 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens art. 427 Sv bij overtreding Wet vervoer gevaarlijke stoffen

De zaak betreft een beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin hij was veroordeeld voor een overtreding van artikel 5 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Het hof legde een geldboete van € 250,- op, subsidiair 5 dagen hechtenis.

De advocaat van de verdachte stelde een middel van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De Hoge Raad heeft vervolgens beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. Gelet op artikel 427 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat tegen het bestreden arrest geen beroep in cassatie open.

Daarom verklaarde de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 18 juni 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens uitsluiting van cassatie door artikel 427 Sv.

Uitspraak

18 juni 2019
Strafkamer
nr. S 18/00388 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, van 22 december 2017, nummer 22/002567-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op 16 [geboortedatum] 1946.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het bestreden arrest heeft betrekking op een overtreding (art. 5 van Pro de Wet vervoer gevaarlijke stoffen in verbinding met art. 1a, onder 1o, jo. art. 2, lid 1, van de Wet op de economische delicten). Het Hof heeft ter zake van dat feit een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis, opgelegd. Ingevolge art. 427 Sv Pro staat tegen het bestreden arrest beroep in cassatie niet open, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 juni 2019.