ECLI:NL:HR:2020:1008

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2020
Publicatiedatum
2 juni 2020
Zaaknummer
20/00613
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 218 SvArt. 126nf SvArt. 552a SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep OM inzake verschoningsrecht meldkamergegevens

Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag waarin een klaagschrift van een verpleegkundige (centralist meldkamer) en haar werkgever (geneeskundige meldkamer) werd behandeld. Het klaagschrift betrof een vordering tot verstrekking van gevoelige gegevens, namelijk een meldkamergesprek, op grond van artikel 126nf Sv, nadat een alarmnummer was gebeld in verband met het aantreffen van een overleden bejaarde vrouw en het vermoeden van een misdrijf.

De kern van het geschil betrof het verschoningsrecht van de verpleegkundige en het afgeleide verschoningsrecht van de geneeskundige meldkamer, zoals neergelegd in artikel 218 Sv Pro. De rechtbank had het onderzoek in de raadkamer aangehouden in afwachting van nadere informatie van het OM. De Hoge Raad heeft de klachten van het OM tegen deze uitspraak beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het belang van het verschoningsrecht in deze context en wees het cassatieberoep af.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van het OM en bevestigt het verschoningsrecht van de verpleegkundige en geneeskundige meldkamer.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00613 Bv
Datum2 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 november 2019, nummers RK 19/3075 en RK 19/3184, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster 1],
en
[klaagster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juni 2020.