Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1038

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
11 juni 2020
Zaaknummer
18/04794
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt arrest hof in civiele zaak over rechtsmacht en samenhang vorderingen

In deze civiele zaak heeft eiser tegen het arrest van het hof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. Het geschil betreft de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en de vraag of er voldoende samenhang is tussen de vorderingen tegen de verweerders. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het hof Amsterdam voor het procesverloop en de feitelijke achtergrond. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van de wederpartij behoeft geen behandeling omdat het principale beroep is verworpen.

De Hoge Raad veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten en bevestigt daarmee het arrest van het hof. Dit arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 12 juni 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04794
Datum12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser 1],
wonende te [woonplaats], Angola,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [eiser 1],
advocaten: R.S. Meijer en A. Stortelder,
tegen
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Portugal,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: PTV,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/605112/HA ZA 16-330 van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2017;
de arresten in de zaak 200.222.273/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2017, 14 augustus 2018 en 4 oktober 2018.
[eiser 1] heeft tegen het arrest van het hof van 14 augustus 2018 beroep in cassatie ingesteld. PTV heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser 1] mede door E.J. Teijgeler en voor PTV mede door G.P. Oosterhoff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser 1] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het principale beroep;
  • veroordeelt [eiser 1] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PTV begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser 1] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
12 juni 2020.