ECLI:NL:HR:2020:1059
Hoge Raad
- Cassatie
- E.N. Punt
- L.F. van Kalmthout
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en heffingsrente over de jaren 2009 tot en met 2012. De zaak werd behandeld door de Rechtbank Gelderland, waarna het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur behandelde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond en bevestigde daarmee het oordeel van het hof, waarmee de naheffingsaanslagen en heffingsrente ongewijzigd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.