ECLI:NL:HR:2020:106
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak, waarin tevens belastingrechtelijke aspecten een rol spelen, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De zaak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank.
De Hoge Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de partij die het beroep instelde klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.