ECLI:NL:HR:2020:1066
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake teruggaaf belasting personenauto's en motorrijwielen
De zaak betreft een beroep in cassatie van [A] B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een beslissing inzake teruggaaf van belasting op personenauto's en motorrijwielen. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat het beroepschrift was ingediend namens [X].
De griffier van de Hoge Raad verzocht de indiener een bewijs van volmacht te overleggen waaruit bleek dat hij gemachtigd was het beroep in cassatie in te stellen. De overgelegde machtiging betrof echter alleen vertegenwoordiging in bezwaar- en beroepsprocedures omtrent BPM-aangifte en naheffingsaanslagen, maar niet het instellen van cassatieberoep.
Daarom concludeerde de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd was tot het instellen van het beroep in cassatie en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 19 juni 2020 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van de indiener.