Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
30 juni 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit afpersingen. Het hof had het voordeel vastgesteld op €43.696,70 en de betrokkene tot betaling van dit bedrag veroordeeld.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de proceskostenveroordelingen aan vijf benadeelde partijen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de proceskostenveroordelingen aan vier van de vijf benadeelden wel in mindering had moeten brengen, maar niet die van één benadeelde, conform de toepasselijke wettelijke regels.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen in deze zaak. De Hoge Raad vernietigde het vonnis voor zover het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel was vastgesteld en verlaagde dit tot €43.011,70, inclusief de betalingsverplichting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel is verminderd tot €43.011,70 inclusief proceskostenveroordelingen.