Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 juni 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap van een zuster die sinds 2011 in een zorginstelling verblijft. De verzoeker vroeg in eerste aanleg om bewindvoering en mentorschap met zichzelf als bewindvoerder en mentor, maar de kantonrechter stelde een professionele bewindvoerder aan en benoemde deze tevens tot mentor.
In hoger beroep verzocht de verzoeker om benoeming van de andere broer als bewindvoerder en mentor. Het hof bevestigde het bewind, ontsloeg de professionele bewindvoerder als mentor en benoemde de andere broer tot mentor, maar wees diens benoeming tot bewindvoerder af vanwege eerdere financiële wanorde onder verzoeker en de stabiele situatie onder de professionele bewindvoerder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de wettelijke voorkeur uit artikel 1:435 lid 4 BW Pro niet correct heeft toegepast en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de andere broer niet als bewindvoerder is benoemd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.