Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 juli 2020.
Hoge Raad
Op 3 september 2016 vond een verkeersongeval plaats binnen de bebouwde kom van Nijmegen waarbij drie slachtoffers zwaar lichamelijk letsel opliepen. De verdachte reed roekeloos, onder invloed en te hard, en probeerde aan de politie te ontsnappen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte en legde hem een schadevergoedingsmaatregel op ten behoeve van een slachtoffer, waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad beoordeelde de klachten, maar verwierp deze zonder nadere motivering, omdat ze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Ambtshalve onderzocht de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast.
De Hoge Raad vernietigde dit deel van het arrest, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914), en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee is de toepassing van vervangende hechtenis in deze context gecorrigeerd en verduidelijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis is toegepast en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.