ECLI:NL:HR:2020:1100

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
19/03559
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 266.1 SrArt. 267.2 SrArt. 14j.1 Sr (oud)Art. 6:6:5.1 SvArt. 6:6:21.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken motivering tenuitvoerlegging taakstraf

De verdachte werd door het hof veroordeeld voor eenvoudige belediging van een politieambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen en een proeftijd van twee jaar. Het hof gelastte de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde taakstraf van 40 uur, te vervangen door 20 dagen hechtenis bij niet-nakoming.

Het cassatiemiddel klaagde dat het hof de beslissing tot tenuitvoerlegging niet had gemotiveerd, terwijl artikel 14j lid 1 (oud) Sr dit vereist. De Hoge Raad bevestigde dat de beslissing niet voorzien was van de vereiste motivering en verklaarde het middel gegrond.

De Hoge Raad vernietigde daarom uitsluitend het deel van het arrest dat betrekking had op de tenuitvoerlegging en wees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens gebrek aan motivering bij de tenuitvoerlegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03559
Datum23 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2019, nummer 21/002259-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het middel klaagt dat het hof de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging niet heeft gemotiveerd.
2.2.1
De verdachte is door het hof veroordeeld voor eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen met een proeftijd van twee jaren.
2.2.2
Het hof heeft ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging het volgende beslist:
“Het hof gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 juli 2015, parketnummer 09-075651-15, te weten van:
taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.”
Het hof heeft die beslissing niet gemotiveerd.
2.3
Deze beslissing is daarom niet voorzien van de in artikel 14j lid 1 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (vanaf 1 januari 2020: artikel 6:6:5 lid 1 in Pro samenhang met artikel 6:6:21 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering) vereiste motivering.
2.4
Het middel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging;
- wijst de zaak terug de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2020.