ECLI:NL:HR:2020:1121
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake door haar op aangifte betaalde belasting over personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende niet had voldaan aan de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn, ondanks meerdere aanmaningen en mogelijkheden tot betaling.
De griffier had belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brieven waren volgens Track&Trace afgeleverd op het opgegeven adres, maar betaling bleef uit. Ook na een tweede aanmaning gaf belanghebbende geen reactie.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 26 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.